Home » historie

Schutterij Eendracht Maakt Macht (E.M.M.) Giesbeek is opgericht in 1893.

 

De SCHUTTERIJ

Een vereniging van vrije mensen die zich aaneengesloten hebben om de zwakkeren in de maatschappij te beschutten, te beschermen, in broederschap, trouw en dienstbaarheid, in het diepe Christelijke besef dat men zijn broeders hoeder is. Niemand kan ontkennen dat deze deugden van alle tijden zijn en zelfs de sleutels vormen tot een ideale samenleving. Met deze achtergrond roert hij de trommel, schiet hij, marcheert hij en vendelt hij, drinkt hij zijn bier en ontdekt telkens weer dat het leven goed kan zijn.

 

De OORSPRONG van SCHUTTERIJEN

Heel ver terug in de geschiedenis is de oorsprong van schutterijen terug te vinden als begrippen van buurschappen, Gemeynten, Gilden en Schutters, beschutters, die waakten over de vrijheid, eigendommen en de bewoners van hun woongemeenschap, zorgden voor de verdediging van de stad en de veiligheid binnen de stadsmuren om de orde en rust, vrede en vriendschap te bewaren. In de 13de eeuw bloeiden de schutterijen op, zij steunden de stedelijke overheid bij oproer, zij verkregen hun eigen regelgeving of statuten, zij bekwaamden zich in een bepaald specialisme en zo ontstonden de hand- en kruisboog wapengilden, de kloveniers of busschutters. Na de 15de eeuw kwam een stilstand of verdwijning van de schuttersgilden. In de 19de eeuw zien we een opleving van schutterij als gevolg van een wet in 1827 opgeroepen door Koning Willem 1, die bepaalde dat dienstdoende en rustende schutterijen moesten worden opgericht.

 

Vaak wordt gedacht dat schuttersgilden gelijk met de parochiekerken zijn ontstaan om die te beschermen, toch is die binding met de kerk later ontstaan, zo liet de katholieke kerk tijdens de processie het “allerheiligste” door de “schutters“ bewaken. Mede hierdoor is er een binding met de kerk en die is sindsdien niet meer uit het schutterswezen verdwenen. Nog steeds heeft de schutterij een functie binnen het kerkelijke al wordt dat per schutterij of dorp anders ingevuld, ook hoe een schutterij zich presenteert verschilt sterk per dorp. Het begrip “eendracht” van o.a. Eendracht Maakt Macht, kwam hier voor het eerst ter sprake. Een schutterij heeft in het algemeen de volgende elementen van de hiervoor behandelde organisatievormen in zich.

  • Een soort regeling van rechten en plichten door sociale beïnvloeding.
  • Het hebben van burgerlijke en kerkelijke verplichtingen.
  • Het organiseren van festiviteiten.
  • Het houden van schietwedstrijden.
  • Het houden van optochten.
  • Het beoefenen van het vendelzwaaien.


Begin 20e eeuw beginnen schutterijen zich te verenigen in schuttersbonden, zo zijn de huidige gilden en schutterijen aangesloten bij het overkoepelend orgaan in de eigen provincie, in Gelderland is dit: De Gelderse Federatie van Schuttersgilden en Schutterijen St. Hubertus, onder dit gezag zijn weer diverse Kringen ontstaan, waarvan de schutterijen ook lid zijn. Zo worden Schutterijen aangewezen om een Federatief schuttersconcours te organiseren, Kringdag, Landjuweel, Ontmoetingsdagen, zo ook Indoor Vendelwedstrijden. De Nederlandse Kruisboog Bond (NKB) organiseert competitiewedstrijden, districtwedstrijden binnen Gelderland en landelijke NKB-wedstrijden. Koning der Koning Kampioenschappen, Kruisboog marathonwedstrijden. Gezelligheid is zeker een van de zaken die hoog in het vaandel staat bij de schutterij. Daarnaast is een gezonde competitie onontbeerlijk wil men iets presteren op het schuttersfeest, binnen de kring of de federatie, zo is Schutterij E.M.M. Giesbeek aangesloten en lid van de Federatie en Kring de Liemers.

SCHUTTERIJ E.M.M. Giesbeek

Omstreeks 1890 kwam een zekere Gerrit Jan Winterink vanuit Drempt naar Giesbeek, hij bouwde aan de dijk een woonhuis met molen: die molen staat er nu nog en is sinds 1982 weer in prima staat. De heer Winterink had familie in Groessen die daar lid waren van de schutterij en omdat hij dat feest ieder jaar opnieuw meemaakte vond hij dat zoiets in Giesbeek ook maar van de grond moest komen. In Giesbeek bestond toen nog geen enkele vereniging. In ons dorp woonde een rijke boer: Albert Gerritsen. Deze woonde onderaan de dijk, Kerkstraat – Veerweg, hij was de grootste en rijkste landbouwer van Giesbeek. Toen Albert Gerritsen van een dergelijke schutterij hoorde was hij meteen bereid om de nodige medewerking te geven en zo werden de ideeën van molenaar Winterink in 1893 werkelijkheid. Die werkelijkheid werd nog eens extra ondersteund toen in 1893 vanuit Groessen, vendelier Johan Gieling in Giesbeek kwam wonen, of hij er gelijk een café op na hield is niet zeker. In ieder geval hielp hij de schutterij mee oprichten en leerde de Giesbekers hoe zij het vaandel moesten zwaaien. Zijn zoon Jan werd later commandant en bleef dit vele jaren. Op de Veerweg woonde Gradus Kelderman, hij werkte op de pannenfabriek en hielp boer Gerritsen met het oogsten; ook hij vond zo’n schutterij een prachtig iets en werkte mee aan de oprichting. Er werd een neutraal bestuur gevormd bestaand uit 7 leden, waarvan 4 katholieken en 3 protestanten.

 

Opgericht in 1893, de initiatiefnemers van de oprichting zijn:

  • Gerrit Jan Winterink, geboren in 1862, kwam 1887 in Giesbeek wonen en liet de Korenmolen bouwen, zijn bijnaam: De Mulder.
  • Albert Gerritsen, geboren in 1862, stond bekend als rijkste boer van het dorp, zijn bijnaam: De Boer.
  • Johan Gieling, geboren in 1864, beroep huisschilder, kwam 1891 in Giesbeek wonen vanuit Zevenaar waar hij vendelzwaaier was, naast het helpen bij de oprichting, leerde hij de Giesbekers het vendelzwaaien.
  • Willem Janssen, geboren in 1863 te Duiven, beroep timmerman, kwam 1892 in Giesbeek wonen.
  • Gradus en Jan Kelderman, geboren in 1864 en 1867, van beroep arbeider op de Panoven.
  • Gradus Scheffer wordt in een later stadium genoemd, hij kwam 1897 in Giesbeek wonen, uitgegroeid van stalknecht naar fietsenmaker, samen met zijn zoon Herman tot loodgieter, elektricien en kapper, dit alles gebeurde in dezelfde werkplaats gelegen aan de Kerkstraat.


De helft van de oprichters was dus zogenaamde import, het vormde ook het eerste bestuur.
Het schuttersfeest werd toen gehouden bij café Ketels, (waar nu molenaar van Hal woont) de herberg het Pulleke van Hendrik Ketels, de officiële naam was de Nachtegaal; het feest bestond uit koningschieten en prijsschieten, vendelzwaaien voor het koningspaar en gezellig drinken, de muziek werd verzorgd door leden van de Schutterij, hieruit ontstond later een fanfarecorps. In die tijd was de Giesbeekse pastoor Kleinschmit fel gekant tegen het gemengd dansen tussen katholieken en protestanten en schoof als scheiding banken op de dansvloer. Zijn opvolger, pastoor Slinger verbood vanaf de preekstoel het meelopen in een gemengde optocht, waarop Bernard Winterink, de protestante steenoven-eigenaar reageerde met tegenmaatregelen, met als gevolg dat iedereen meeliep in de optocht. Willem Janssen, timmerman in Giesbeek, zorgde in die jaren voor de geweren en bewaarde de sjerpen voor de scherpschutters, in die tijd waren er 36 geweren en vaak was er een onderlinge strijd wie een geweer kon bemachtigen.