Home » Speluitleg

De geschiedenis van de dartsport is ook net als bijvoorbeeld het kruisboogschieten ontstaan uit een ver verleden waarvan het niet duidelijk is wanneer het precies ontstaan is. Het is wel bekend dat kruisboogschutters uit verveling met hun pijl op een houtenronde plank gegooid hebben. In de loop der jaren zijn er velen varianten van de sport ontstaan en zijn er spelregels ontstaan tot het huidige spel. Ook wij moeten aan de spelregels houden volgens het reglement van de ADO. De afstanden, hoogte en werpafstand zijn wereldwijd hetzelfde. Dit geldt ook voor de elektronische dartspelen, alleen hier zijn de gewichten minder en de punten van kunststof (softtip dart). Wij spelen met een stalen punt, steeltip darts. Hier zijn ook gewicht en afmeting gebonden aan regels. De bull, het rode vlak in het midden van het bord,moet 1,73m van de vloer hangen gelijk met de hoogte waar men staat. De werpafstand is 2,37m tot aan het bord. Beste meting is een diagonale lijn vanaf de bull tot de denkbeeldige lijn waar men achter staat, deze afstand is 2,93m. Die denkbeeldige lijn kan men opheffen door een zogenaamde okkey te plaatsen zodat men niet kan smokkelen. Ook deze okkey moet aan bepaalde minimale afmetingen voldoen, zo moet deze bij de ADO een breedte van minimaal 60 cm zijn en een hoogte van minimaal 3 cm. Het dartbord is moet aan de gebruikelijke patronen voldoen, 20 segmenten waarvan de 20 altijd bovenaan moet staan. Het rode rondje is de dubbele bull en is 50 punten, het groene rond daar omheen is de single bull en is 25 punten. De grote vlakken zijn enkele scores van het getal wat aan de buitenkant van de het bord vermeld staat. De binnenste smalle ring is de triple, 3 keer de waarde van het getal. De buitenste smalle ring is de dubbel, 2 keer de score van het getal. Triple 20 is dus 60 punten. Dubbel 5 is dan 10 punten. Er bestaan verschillende speltypen zoals de bekende 501 straight, 501 dubbel in-dubbel uit of een variant hiervan bijvoorbeeld 301, 701 of 1001. Dan bestaat er ook het tactics of cricket en er zijn verschillende varianten trainingsmethoden om het spel beter onder de knie te krijgen.

Uitleg over de spelvarianten bij de ADO.

Een dartteam bestaat uit een aantal leden waarvan men 4 spelers op het wedstrijdformulier heeft staan en 2 reserves. Men mag een wedstrijd spelen wanneer er 3 spelers aanwezig zijn, wat betekent dat de 4e, dus afwezige, speler zijn wedstrijd verliest of bij een koppelwedstrijd de pijlen buiten het bord heeft gegooid. In geen geval mag een andere speler zijn plaats waarnemen. Bij een wissel mag de gewisselde speler ook niet meer terugkeren in de wedstrijd.

In de reguliere competitie speelt men een wedstrijd die bestaat uit :

4 single wedstrijden 501 best of 3 (5), afhankelijk welke divisie men speelt.

2 koppel wedstrijden 301 dubbel in-dubbel uit best of 3 (5), afhankelijk welke divisie men speelt of 2 koppel wedstrijden 501 best of 5 (1ste- en eredivisie)

2 koppelwedstrijden 501 best of 5

1 teamwedstrijd 701 best of 3

Bij thuiswedstrijden begint het thuis spelende team alle wedstrijden, ook zorgen zij voor een schrijver die de scores op het bord schrijft.

Een elektronisch scorebord is niet toegestaan tijdens de wedstrijden onder de ADO.

 

Een wedstrijdformulier wordt vooraf ingevuld door de teamcaptains van beide dartteams, ment speelt tegen elkaar zoals op het formulier vermeld staat.

Algemene regels ; Men mag per beurt 3 darts naar het bord gooien, als een dart uit het bord valt tellen de punten van de gevallen dart niet mee in de score. Dit geldt ook wanneer de punt van de dart het bord niet raakt.

Wanneer een leg voorbij is begint de partij die de vorige leg niet begonnen is.

Een wissel moet worden aangekondigd door de teamcaptain.

 

Single wedstrijd 501.

1 speler van het thuisteam speelt tegen 1 speler van het uitteam zoals op het formulier vermeld staat.

Men begint op 501 en telt men terug naar precies 0, men eindigt dus altijd met een dubbel of rode bull.

Bij een best of 3 geldt dat er 2 gewonnen legs de partij eindigt, bij best of 5 geldt 3 gewonnen legs.

Is dit aantal gehaald is de wedstrijd voorbij.

Hiervan speelt men 4 wedstrijden.

 

Koppelwedstrijd 301 dubbel in-dubbel uit.

Hier speelt men met 2 pelers uit 1 team tegen 2 spelers van de tegenpartij.

Hier gooit men om de beurt, eerst thuisspeler 1, dan tegenpartij 1, thuisspeler 2, tegenpartij 2.

Men moet hier tijdens de leg dezelfde volgorde handhaven zoals men de leg begint.

De telling begint pas wanneer men een dubbel geraakt heeft, dit aantal punten telt wel mee in de score.

Ook hier eindigt men op precies 0.

Bij het gewenste aantal gewonnen legs is de partij voorbij en spelen de andere overgebleven spelers hun wedstrijd.

Men kan en mag dus geen 2 wedstrijden spelen in een speelronde.

 

Koppelwedstrijd 301.

Hier gelden de regels gelijk aan een singlepartij alleen hier speelt men met 2 speler per team om de beurt net als bij de 301 dubbel in-dubbel uit.

Hier kan men ook niet met hetzelfde koppel spelen als bij de 301 partijen.

 

Teamwedstrijd (of teamronde of bierronde)

Hier spelen alle 4 spelers per team tegen elkaar, waarbij men om de beurt gooit.

Hier speelt men vanaf 701 tot de 0.

 

Men speelt in totaal 9 wedstrijden, gelijkspelen kan dus niet.

 

De bekercompetitie is bij de ADO verdeeld in 2 competities, ADO Mastercup en ADO Talentcup.

De ADO heeft 4 divisies en alléén de teams uit de 2e divisie mogen kiezen in welke bekercompetitie zij mee willen doen.

De ere- en 1ste divisie spelen altijd in de ADO Mastercup en de teams in de 3e- en 4e divisie in de ADO Talentcup. De teams in de 2e divisie kunnen dus of in de Mastercup of Talentcup meedoen.

In de bekercompetitie speelt men :

4 singlewedstrijden 501 best 5

2 koppelwedstrijden tactics best of 3

2 koppelwedstrijden 501 best of 5

1 teamwedstrijd 701 best of 3.

Voor de eerste wedstrijd wordt er gebullt wie er de wedstrijd mag beginnen, bij de volgende wedstrijd begint de tegenpartij.

Hier schrijven de teams om de beurt, meestal begint het thuis spelende team met schrijven.

De 501 en 701 wedstrijden zijn al uitgelegd dus nu proberen we uit te leggen hoe tactics gespeeld wordt.

 

Tactics.

Hier worden alleen de vakken gebruikt met de cijfers 10 t/m 20 en de Bull, zowel de single bull (groen) en dubbele bull (rood).

Ook hier heeft een speler 3 darts tot zijn beschikking per beurt.

Ook tellen de triples en dubbels mee in de telling.

Het team begint naar keuze op 1 van de vakken te gooien die meedoen in het spel.

Het is de bedoeling om bij ieder getal minimaal 3 kruisjes of vinkjes te krijgen, voorbeeld speler van team A gooit in zijn eerste beurt 2 keer een single 20 en een triple 1. Dan worden er 2 kruisjes geplaatst voor de 20 op het scorebord. Triple 1 telt niet mee. Dan gooit de speler van team B een single 18 en een triple 18 en een single 19. Omdat deze speler 4 keer een 18 heeft gegooid, een single en een triple, worden er 3 kruisjes voor de 18 geplaatst en voor de single 18 score wordt er 18 punten op geschreven. Ook wordt er een kruisje bij de 19 geplaatst.

 

Team B heeft nu bij de bijvoorbeeld de 18, 3 kruisjes staan en is zoals men noemt vol. Gooit team A nu ook een triple 18 en een single 18 dan tellen alleen de 3 kruisjes en geen score. 

Team A gooit er nog een triple 13 bij en krijgt daar ook 3 kruisjes.

Team B gooit nu een triple 20 en een single 20 en een single 19, omdat team A de 20 nog niet vol had, 2 kruisjes i.p.v. 3, en team B nu 4 keer de 20 heeft geraakt hebben zij de 20 wel vol en extra 20 punten, deze punten worden nu bij de 18 geteld en hebben 38 punten. Ook wordt er een kruisje bij de 19 geplaatst en staan er 2 kruisjes.

Men is dus niet verplicht volgens om op dezelfde vakken te gooien als de tegenpartij en ook niet volgens een vast patroon. Die keuze bepaald je samen met jouw koppelmaat, zij bepalen de tactiek.

Het is in ieder geval de bedoeling om bij alle meetellende vakken minimaal 3 kruisjes te krijgen en meer punten te scoren dan te tegen partij.

Wanneer alle vakken "vol" zijn en men heeft meer punten dan de tegenpartij dan heeft men de leg gewonnen.